Dinsdag 5 januari 2010 Feliz Año!!!! De zomer verregend!! Buitentemperatuur 12 °C.
We hebben ons net geïnstalleerd om op Oudejaarsavond de Nederlandse film 'In Oranje' te kijken, worden we via de marifoon door onze buren opgeroepen. Drie mannen in een werkboot vinden het veel gezelliger om het nieuwe jaar samen met ons in te gaan. Met een fles wijn onder de arm roeien we naar de Maria Theresia. Ze lijken al aardig in de olie. Er worden twee koffiekopjes omgespoeld waar vervolgens wijn voor ons wordt ingeschonken. De kapitein, Cappi genoemd door zijn bemanning, vraagt ons van alles, maar begrijpt er helemaal niets van waaróm wij de wereld willen omzeilen. 'Jullie zijn getrouwd, dan blijf je toch gewoon in je eigen land?'. Die logica ken ik nog niet, maar we proberen hem uit te leggen dat we graag andere landen en vooral hun mensen willen ontmoeten. Hij blijft vertwijfeld naar ons kijken, schudt met zijn hoofd en schenkt nog maar een wijntje in. Na een vet gebakken visje is het bijna middernacht. Cappi vindt het goed dat alle vuurpijlen en noodsignalen uit een kist worden opgediept. De twee jongens Hans en Juan hebben de grootste lol bij het afsteken ervan. Ik krijg er ook een in mijn handen geduwd, goed om eens te voelen hoe zo'n noodsignaal ontstoken wordt. Met veel emotie wensen ze elkaar en ons een Feliz Año en omarmen welgemeend. Een bakblik vol met gebraden lam komt daarna uit de oven en we kluiven met vette handen de botten schoon. Naarmate er meer en sterkere alcohol vloeit, worden de bewegingen en gesprekken steeds ongecontroleerder, tijd om op te stappen. De volgende dag mogen we nog eens mee eten. Ze hebben dan visite van vijf mannen van de nabij gelegen zalmkwekerij. Daar barst het van, boven de Golfo tot aan Puerto Montt. Het werk van onze buurmannen bestaat uit het opduiken van de dode vissen in de kwekerijen. Met behulp van slangen aangesloten op een simpele compressor aan dek duiken ze maximaal een uur tot op twintig meter diepte. De chef van dit groepje vraagt of wij zalm willen. Ja heerlijk! Twee uurtjes later komt 'ie in een sloep langszij en pakt twee plastic zakken met ieder drie kilo gefileerde zalmstukken. 'Joh, dat is veel te veel voor ons tweeën, we kunnen dat nooit lang bewaren', Warren geeft een zak terug en bedankt hem hartelijk. De zak met vis bewaren we buiten op de kuipbank onder het regenzeil. De rest van Nieuwjaarsdag brengen we een beetje versuft door en kijken eindelijk de film af. Zaterdag nemen we afscheid van de Maria Theresia en zetten koers voor de laatste twintig mijl naar Chacabuco. Ik heb Warren gevraagd om tijdens het zeilen de vis in een emmer in de bakskist te zetten. Als we een uurtje onderweg zijn, vraagt Warren aan mij: 'Heb jij de vis opgeruimd?'. 'Nee, dat heb jij toch al gedaan', is mijn verbaasde reactie. We houden een korte zoekactie, maar de zalm is nergens meer te vinden. We kunnen ons niets voostellen dat er 's nachts iemand langs is geweest die honger had. En vogels lijken ons ook geen logische verklaring, de zak zat stevig dichtgeknoopt en lag buiten zicht en reukafstand onder het zeil. Het is en blijft voor ons een groot raadsel. Beteuterd kijken we mekaar aan, weg lekker vismaaltje. De laatste tien mijl trekt de wind fors aan tot veertig knopen, gelukkig in de rug. Alleen met een puntje fok vliegen we in de regen over het sissende witschuimende water. De ingang naar de ankerbaai is bijzonder ondiep en voor ons alleen bij hoog water aan te lopen. Via de marifoon checken we nog even het tijdstip daarvan bij de Capitania de Portos. We zijn mooi op tijd. De motor moet wel in de achteruit om niet te snel te gaan met deze harde wind. Opgelucht gooien we ons anker uit vlakbij de Franse boot Iris. André, de schipper, hebben we een paar dagen geleden via de marifoon gesproken en hij nodigt ons voor 's avonds uit voor het eten. Na alle plichtplegingen bij de Capitania en ons eerste internetcafé sinds weken, schuiven we bij André aan tafel. Hij is in gezelschap van een jong katje, meegenomen uit Puerto Edén. André blijkt een schot in de roos, want hij is kok van beroep. Hij is helemaal in zijn sas om voor ons te kunnen koken. Ook de volgende dag maakt hij een voortreffelijke lunch klaar voor ons drieën. Met spijt zwaaien we hem uit, maar hij gaat ook richting Puerto Montt, dus wie weet treffen we elkaar snel weer.
Maandag 11 januari 2010 Chacabuco, moeten we het land onverwacht verlaten????
Chacabuco stelt erg weinig voor. Het is een werkhaven met een
paar straten, enkele miniwinkeltjes met blikvoer en wat groenten en fruit. Maar
bovendien een internet café, benzinestation om onze dieselvoorraad eindelijk aan
te vullen en we kunnen de lege gasfles omruilen voor een volle. Als we daar
bijna het driedubbele voor moeten betalen dan in Pto Williams, voelen we ons wel
een beetje genaaid. Maar de vrouw des huizes kijkt heel onschuldig, ze kan er
niets aan veranderen. Aangezien Chacabuco een officiële aanloophaven is, zit er
ook een kantoor van de Aduana. En daar hebben we nog een appeltje mee te
schillen. Een week voor vertrek in Puerto Natales zijn we volgens de aangegeven
manier begonnen met e-mail te sturen naar Punta Arenas teneinde een 90 dagen
verlenging van onze bootvisum te krijgen. In totaal zijn er vier e-mails naar
drie verschillende adressen uitgegaan, met telkens twee weken tijd ertussen. Tot
op heden nooit een antwoord ontvangen, dus worden we een beetje ongerust.
Bijzonder aardige mensen hier op kantoor gaan op de eerste werkdag van het
nieuwe jaar voor ons bellen met de hoge heren in Pta Arenas. Na een half uurtje
wachten poept de fax een document uit. De chef leest ons het hele epistel voor.
Zodra we wat moeilijk kijken, vertelt hij het nog een keer, net zolang totdat we
het volgende begrijpen: Dit is onze enige en laatste visumverlenging, er hangt
een boete boven ons hoofd, we moeten vóór 15
februari aanstaande Chili verlaten en dat alles omdat wij te laat waren met ons
verzoek tot verlenging. Ik spring er direct bovenop, 'Nee hoor, we hebben ruim
een week voor de afloopdatum onze eerste e-mail gestuurd, vervolgens nog drie
verzoeken tot reactie, hier op de usb stick hebben we het bewijs'. In de
verklaring staat dat men in Pta Arenas onze 3e e-mail pas blijkt te hebben
ontvangen, en ja, die was een maand 'te laat'. Ze hebben die verklaring wel naar
ons gemaild, maar we zien dat ze ons adres niet juist gelezen hebben en dan
ontvang je natuurlijk niets. De chef stelt een prachtige brief in het Spaans op
met daarin ons verhaal, een kopie van de 1e e-mail, een verzoek tot normale
verlenging en zonder oplegging van een boete. Na ondertekening door mij gaat dit
per e-mail en per fax direct naar Pta Arenas. Hierna is het wachten op hun
reactie. En dat wachten gaat dankzij een drie-daagse staking van de Aduana
langer duren dan ons lief is. We vullen de tijd met een busrit van een
kwartiertje naar Puerto Aysen waar een hele grote supermarkt is. En we gaan een
dagje naar Coyhaique dat zo'n zestig kilometer landinwaarts ligt. Daar zoeken we
vast uit hoe we het slimst naar Argentinië kunnen reizen, want ook ons paspoort
moet weer even de grens over. In Coyhaique genieten we eindelijk eens van wat
hier zomer moet zijn. Tot nog toe hebben we dit nieuwe jaar heel veel dagen
gevuld gehad met ontzettend veel regen en wind. Vooral onze ankerbaai is een
mikpunt, gemiddeld zit de wind tussen de 20 tot 30 knopen en de
buitentemperatuur komt niet ver boven de 12° C uit. Inmiddels liggen we er niet
meer alleen. Sirona, een Swan 48 met Duitse vlag, heeft vlakbij geankerd
en we borrelen in hun kuip. Alberto en Ute zijn de volgende dag met hun twee
kinderen het dorp in. Opeens ligt er een sloepje bij ons langszij en de mannen
beginnen naar achteren te wijzen. Als we de kuip instappen, zien we dat
Sirona van haar anker is afgeslagen en al behoorlijk ver richting de ondiepe
wal is gedreven. We schieten een jas aan en Bromvliegje brengt ons er heen.
Gelukkig hebben ze de sleutel in het contact laten zitten, zodat we de motor
kunnen starten. Warren gaat voor op het dek proberen het anker op te halen. Ik
sta achter het stuurwiel en tracht het schip naar dieper water te manoeuvreren.
We voelen dat we al in de modder liggen, maar toch komen we vooruit. Natuurlijk
blaast juist nu de wind behoorlijk, waardoor het voor Warren een moeizame klus
is. Maar niet alleen de wind blijkt het lastig te maken, het anker heeft een
dikke kunststof leiding die onder water lag, opgepikt. Geen wonder dat Warren
het anker niet boven krijgt. Op de wal zien diezelfde mannen die ons
waarschuwden, wat ons probleem is en komen met de sloep naar ons toe.
Uiteindelijk snijden ze met een mes de zakken met stenen los van de leiding, die
als verzwaring eraan vast zitten. Daarna is het anker vrij en varen we het schip
vlak achter ons bootje alwaar we opnieuw ankeren. Warren heeft wel zijn twijfels
over het lichte anker met daaraan 30 meter ketting en verder alleen touw in
combinatie met de grootte van het schip. Vanaf de Nightfly houden we
angstvallig een oogje in het zeil, niet voor niets blijkt al snel. Na een uurtje
is Sirona opnieuw aan de zwier gegaan en drijft van ons af. Jasses, nu is
het niet leuk meer. Weer ernaar toe, op dat moment zien we tot onze opluchting
de familie op de weg lopen. Als Alberto met zijn dinghy hijgend aan komt roeien,
hebben wij het anker al opgehaald en vaar ik een extra rondje. Alberto mag nu
zelf bepalen waar hij het anker wil laten vallen. Hij is onaangenaam verbaasd
dat het anker is gaan krabben, dit is hen nog niet eerder overkomen. Ze zijn ons
bijzonder dankbaar dat we hun schip hebben 'gered' en dat vieren we de volgende
avond met een overheerlijk diner in het enige aanwezige 4 sterren hotel met dito
restaurant. Het is een tafel vol, want inmiddels zijn er drie mannen gearriveerd
die Ute en haar kinderen als bemanning gaan vervangen. Alberto moet in een rap
tempo naar het Zuiden, gaat via Puerto Williams naar Buenos Aires alwaar ze
ergens midden februari hun vliegtuig moeten halen.....Zij liever dan wij. We
nemen hartelijk afscheid van Ute die met de kids terug vliegt naar Duitsland, de
schoolvakantie loopt ten einde. Wij blijven geduldig wachten op antwoord van de
Aduana en constateren dat het tandem anker de Nightfly als een huis
verankert, we zijn nog geen meter verplaatst!
Dinsdag 19 januari 2010 Eindelijk weg uit het winderige, saaie, natte Chacabuco
Goudgele boterbloemen, witte margrietjes, gele en blauwe brem worden afgewisseld door een blauwpaarse gloed van de ontelbare lupines. Vanachter het busraam schieten de kleurrijke bermen aan ons voorbij. We hebben een grote rugzak vol met vuile was bij ons plus een kleintje met wat toiletspullen, een pyjama én onze paspoorten. Na anderhalf uur rijden door groene valleien parallel aan de rivier Aysén omgeven door de Andes komen we in het zonnige Coyhaique. Daar kunnen we eindelijk het wasgoed kwijt bij een wasserette en kopen vervolgens kaartjes voor de ferry en de bus richting Argentinië. In plaats van ieder 100 US dollar te betalen voor de verlenging van ons visum dat eindigt op 4 februari, maken we liever een leuke trip met overnachting om de grens over te wippen. Een minibusje brengt ons in twee uur naar Puerto Ibáñez en de chauffeur weet daar wel een hostelletje voor ons. Dat is mooi, want het begint al aardig donker te worden. Zodra we het busje uitstappen, worden we bijna onderuit gewaaid. Ongelofelijk, wat een krachtige wind! Na een biertje en een heerlijk verfrissende douche valt het niet mee om in slaap te vallen. Het lijkt wel of het dak er elk moment af kan vliegen, de golfplaten rammelen verschrikkelijk bij elke windvlaag. We dachten nog wel dat we van de onrustige nachten in de baai verlost waren en even rust te hebben. Puerto Ibáñez ligt aan de noordwest kant van Lago Buenos Aires. De volgende ochtend wandelen we de hoofdstraat uit, slaan links af en komen na een bruggetje bij de ferry die naar Chile Chico vaart, dat aan de zuidkant van het grote meer ligt. Gemiddeld waait het hier kracht 6 tot 7 Beaufort, gevolg is dat het water flink wordt opgezwiept. Witte schuimige koppen waar het water als een spetterende fontein vanaf waait en prachtige kortstondige regenbogen vormt. De boottrip duurt zo'n twee en half uur en rond het middaguur meren we af in Chile Chico, nog steeds Chileens grondgebied. Hier moeten we in sneltreinvaart met een busje naar het acht kilometer verderop gelegen Los Antiguos in Argentinië. We konden alleen maar kaartjes krijgen voor de ferry heen en terug op deze zelfde dag. Dus om 15.00 uur moeten we weer aanmonsteren. Dat lukt allemaal, zelfs nog met een dagmenu van het restaurant om de hoek achter de kiezen. Het is de hele dag stralend mooi zonnebrillen weer, waardoor we lekker buiten aan dek kunnen zitten. Totdat de golven zoveel water over laten komen, dat we bijna gedoucht worden. Warren heeft al een lift terug naar Coyhaique geregeld op het autodek, klasse. Daar zoeken we weer een hostelletje voor 1 nacht, gaan heerlijk uit eten en kijken verbaasd naar de enthousiaste optochten die gehouden worden in verband met de tweede en laatste verkiezingsronde voor een nieuwe president. Als je ze op de man af vraagt wie van de twee kandidaten ze beter vinden, lijken ze geen van beiden de oplossing te zijn. Maar ze doen het er maar mee. Op de verkiezingsdag zelf is alcohol uit den boze. De supermarkten mogen het niet verkopen en in de restaurants mag het niet geserveerd worden. Nightfly ligt eenzaam op ons te wachten achter drie ankers. Als er niemand is om op haar te letten, terwijl wij een paar dagen weg zijn, nemen we liever het zekere voor het onzekere met een extra anker. Ze ligt nog steeds op dezelfde plek. We stouwen haar weer vol met verse boodschappen en stappen maandagochtend vol vertrouwen het kantoor van de Aduana binnen. Daar is het opvallend rustig en onze vertrouwde gezichten zijn niet aanwezig. Op onze vraag waar ze zijn, meldt de vervanger dat ze met vakantie zijn! Nee hè, moeten we daarop wachten of weet u van ons probleem af? Hij pleegt een telefoontje, bladert wat door papieren stapels en vist er even later een A-4tje tussenuit. Hoera hoera, het is de verklaring voor Nightfly dat de boete is ingetrokken en ze mag gewoon blijven varen in Chili! We kunnen de man wel zoenen. Met een opgelucht maar ook terecht gevoel (wij hebben tenslotte niets verkeerds gedaan) lopen we direct door naar de Capitania de Portos om de nieuwe zarpe op te halen. We vragen weer drie maanden tijd tot aan Puerto Montt. Als ik het formulier ter ondertekening voor mijn neus krijg, zien we dat ze de standaard rechtstreekse route hebben ingevuld, ondanks dat we de oorspronkelijke route hebben gevraagd, diepe zucht. We willen geen problemen, dus vragen we vriendelijk doch dringend of de jongeman het wil aanpassen. Hij gaat opnieuw aan het werk en typt alle kanalen over. Onbegrijpelijk dat ze geen gebruik maken van eenzelfde systeem, alle Capitania's willen opnieuw het wiel uitvinden.... en uiteraard hun stempeltjes zetten. Maar nu moeten we nog zien dat we hier uit Chacabuco weg komen. De haven is om de haverklap gesloten vanwege teveel wind, zo ook nu. Het bericht is geldig tot vanmiddag drie uur. Onze baai kunnen we alleen bij hoog water uitvaren, dat nu rond 17.00 uur zal zijn, dus we voelen ons behoorlijk in de val zitten. We vragen toestemming om in ieder geval de baai te verlaten en in de grote werkhaven te gaan liggen totdat de haven weer open gaat. Dat mag gelukkig, we kruipen naast een motorjacht dat aan een kade ligt. Niet echt comfortabel, want de wind en de golven duwen ons tegen hem aan. Hopelijk maar voor 1 nachtje, want de haven blijft gesloten tot in ieder geval morgenvroeg acht uur. We staan vroeg op, hebben een vrij rustige nacht achter de rug en zijn dan ook hoopvol gestemd. Maar tot onze grote ergernis melden ze via de marifoon dat de haven gesloten blijft, ondanks een in onze ogen redelijke weersvoorspelling. Wanneer gaat de haven dan in godsnaam wel open, alleen bij windstiltes? Geen vrolijke gedachte als je weet dat het hier altijd meer dan twintig knopen waait. We besluiten maar eens een persoonlijk gesprekje eraan te wagen met de chef op het kantoor. We leggen uit dat we juist wind nodig hebben om te kunnen zeilen, bovendien kwamen we met 40 knopen wind hier binnen. Hij snapt ons zeker en vraagt waar we heen willen vandaag. Caleta Gato ligt twintig mijl naar het noorden, dus met een uurtje of 5-6 kunnen we daar zijn. Als we beloven dat we terug komen zodra het weer verslechtert (ja, wat is slechter hè...) én we ons direct melden via de marifoon wanneer we voor anker liggen, mogen we vertrekken. Als een idioot lopen we snel terug naar ons bootje, starten de motor en gooien de trossen los, voordat ze weer van gedachten veranderen. Het wordt een heerlijke zeildag met 20-25 knopen op de kop, we kruisen lekker tegen de wind in en zijn heel tevreden als we in Caleta Gato aankomen, zonder pottenkijkers en zonder meedenkers. Vanaf hier bepalen we voorlopig weer onze eigen koers.
Zaterdag 30 januari 2010 Bijna op de klippen gelopen ........
In het mini postkantoortje van Puerto Aguirre kunnen we even
onze e-mail ophalen. Tot verrassing zit er een bericht bij uit Punta Arenas.
Twee dagen geleden hebben we een verzoek verstuurd tot een nieuwe verlenging van
de bootvisum. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen, hebben we ondervonden. In de
bijlage van hun mail vinden we de bevestiging en hebben voorlopig geen zorgen
meer daarover tot 15 mei. Het kan dus toch op deze manier goed gaan. Door de
Capitania alhier zijn we bij aankomst ook verzocht ons te melden op kantoor.
Braaf stappen wij met onze verse zarpe van Chacabuco binnen.
Op de een of andere
manier willen ze allemaal belangrijk lijken, want ze gaan alweer een nieuwe zarpe typen. Nou jongens, als jullie ook zo graag een stempeltje met
handtekening willen zetten, ga gerust je gang. Wij worden er niet meer warm of
koud van. Puerto Aguirre ligt op een eilandje in Canal Moraleda. Ze zijn druk
bezig een heuse weg aan te leggen van maar liefst drie kilometer lang, verder
heeft geen zin, want dan lig je in het water. Wat zullen de bewoners blij zijn
als ze eenmaal met hun 4 wheeldrive auto's heen en weer kunnen karren. Onderweg
naar onze volgende stop komen we langs veel verlaten salmoneras. Je herkent ze
ruim van te voren aan de vele oranje boeien rondom waar ze aan vast liggen. Op
de wal zijn de bijbehorende huizen ook leeg en vervallen. Bij de steiger staat
een herdershond te blaffen. Ach gossie, ook verlaten door je baasje? Hij volgt
ons nauwlettend en jankt onophoudelijk als we verder de baai van Caleta Oro
Verde indraaien en voor anker gaan. De volgende ochtend hoort Warren een bonk
tegen de boot, zwemt de hond om de boot heen! Warren stuurt hem terug naar de
kant, wat 'ie ook nog doet. Met vlees belegde broodjes roeien we wat later naar
de oude steiger. Oro, zo hebben we de hond inmiddels gedoopt, staat op ons te
wachten met afwisselend een kwispelstaart en oren in de nek. Hij weet natuurlijk
ook nog niet wat voor vlees er op die broodjes zit. We zijn heel snel vriendjes en
na een smulpartij volgt hij ons op de voet tijdens onze struinpartij. "Zullen we
hem meenemen?". Jammer dat hij een maatje te groot is en de Nightfly een
maatje te klein. Hij snapt het best en kijkt ons gelaten na als we terug roeien.
Zo gaat het hier elke keer, zie je hem denken. Tijd voor een bubbelbad. De
thermische baden zijn in aantocht en daar zijn we wel benieuwd naar. We parkeren
Nightfly in de baai waar Hotel Lodge & Spa ligt te wenken. Het is alleen
per boot bereikbaar, dus alle toeristen worden aangevoerd met kleine snelle
bootjes. Na een rondleiding besluiten we voor alle baden te gaan, binnen en
buiten. Met onze zwemkleding in de tas en mijn melkwitte benen ontdaan van haren melden we ons de volgende ochtend bij de
balie. Staan we naar een leeg zwembad te kijken waar een man met een hoge druk
spuit de zaak aan het schoonmaken is. Dat lijkt ons geen aangename thermische
behandeling, dan nog maar een dagje wachten. Het is behoorlijk druk, veel mensen
hebben nu zomer vakantie. Na een paar uurtjes weken in het binnenbad en de veel
te hete bubbelbaden gaan we in badjas en op slippers de buitenbaden opzoeken. We
hebben geen geluk, want vandaag is een van de twee buitenbaden aan de beurt voor
een schoonmaakbeurt. En de vier ligstoelen bij het overgebleven bad zijn
uiteraard de hele dag bezet. Het is niet echt te controleren of dit water
werkelijk zo heet uit de natuur komt, want het wordt met een slang aangevoerd.
We genieten er zeker wel van, maar de vier sterren die het complex heeft, zijn
in onze westerse ogen aardig overschat. Bij het dorp Puyuhuapi blijven we een
paar dagen voor het strand liggen. Voor zuidwesten wind liggen we hier niet
beschut, die zou ons het strand op kunnen blazen. Om dit voor te zijn, hebben we
-voor het eerst- een bohemien moor gemaakt. Aan de ankerketting van het
hoofdanker bevestigen we een tweede anker met ketting die tegengesteld aan
elkaar worden uitgebracht. Ons schip draait nu boven het punt waar de beide
kettingen aan elkaar verbonden zijn. Daarmee creëer je een kleine draaicirkel.
De eerste nacht komt er natuurlijk wind vanuit het zuiden en het blijkt te
werken. Bij toeval kunnen we een kijkje nemen in een werkplaats van een
vloer/wandkleden fabriek. Elk draadje wordt afzonderlijk met de hand geknoopt,
een arbeidsintensief werk. Alles gaat hier zonder haast, zoals in elk Chileens
dorpje. Geheel tegenstrijdig hieraan zien we bij de uitgang klokkaarten hangen.
Het dorp is oorspronkelijk gesticht door Duitsers die begonnen zijn met deze
handenarbeid. Een belangrijke reden voor ons om hier heen te gaan, waren de
meldingen van onze voorgaande Nederlandse cruisers dat je vanaf de boot met wifi
internet kunt ontvangen. Een hele dag besteden we om uit te zoeken waar we de
voordeligste vlucht naar Nederland op de kop kunnen tikken. Hoe vroeger je
boekt, hoe goedkoper. Want we hebben weer een vakantie in ons vaderland voor de
boeg van eind mei tot begin augustus. Met een opgewonden gevoel reserveren we de
vliegreis vanuit ons eigen huisje. We kunnen weer verder, eerst naar de westkant
van de Chonos eilanden en vervolgens naar Chiloé.
Daar krijgen we bezoek van mijn broer Fer! De dag begint helder koud met verse
sneeuw boven op de bergen, maar ook met een veelbelovende zon en helaas weinig
wind. Nadat we de beide ankers hebben binnen gehaald, laten we de automatische
pilot sturen. Ik ga naar binnen om de weerkaart te ontvangen, Warren is voor op
dek bezig met schoonmaken van de bovengehaalde modder aan de ankers. Opeens hoor
ik gevloek en struikelende voeten die naar de kuip vliegen. Ik kom snel naar
buiten en zie op twee meter afstand de rotsen van de wal met een rotvaart op ons afkomen. Met een
ongelofelijke tegenwoordigheid van geest rukt Warren de stuurautomaat eraf en
grijpt de helmstok om die 90 graden naar bakboord te draaien. "Jezus mina
Warren, je hebt ons echt op het nippertje gered van de kliffen. Ik zag dat de
dieptemeter nog 6 meter aangaf, wat een mazzel dat het nog zo diep was zo dicht
bij de kant"! Met bonkend hart zitten we elkaar aan te kijken. De wijde baai loopt
na zes mijl taps toe als een flessenhals. We dachten voorlopig genoeg ruimte en
tijd te
hebben, maar met een snelheid van vijf knopen gaat het sneller dan je soms lief
is. We zijn even heel hard wakker geschud dat we niet meer zo laks mogen zijn.
Een ongeluk zit o zo vaak in een onverwacht hoekje!
Donderdag 11 februari 2010 Isla Chiloé, een andere wereld
Nadat we vertellen dat we enkele
vragen hebben namens de Italiaanse schrijvers van de Patagonia Pilot, lijkt het
of we met meer egards worden behandeld. In de verste verte is geen bewoonde
wereld te ontdekken, des te verrassender is het om hier een Marina tegen te
komen. Dat maakt ons nieuwsgierig! Louis en zijn vrouw hebben zes jaar geleden
op Isla Jechica een kleine steiger laten bouwen, waar zo'n acht zeilboten kunnen
liggen. Op de wal verscholen in het groene natte bos staan enkele cabana's die
verhuurd worden en twee behoorlijk grote houten huizen. Deze zijn robuust
gebouwd, met een enigszins Zweedse stijl, luxe en smaakvol ingericht, zeker voor
Chileense begrippen. Op de steiger worden we door dochter Carmen begroet en
uitgenodigd voor een welkomstdrankje. Door een heuse ober wordt dit geserveerd
met daarbij versgebakken empanada's. Er komen steeds meer mensen tevoorschijn,
wat Engelse gasten, Chileense vrienden en nog meer personeel. Stuk voor stuk
hangen ze aan onze lippen en vragen honderduit over onze zeilreis tot nu toe.
Voor een driegangen lunch mogen we ook aanschuiven aan de prachtig gedekte
tafel, een echte kok met hoge koksmuts heeft goed zijn best gedaan. Louis leidt
ons verder rond over het hele complex. In elk opzicht is alles tot in de puntjes
af, wat zeker een streling voor het oog is. Wij komen wel tot de conclusie dat
ze op een dikke portemonnee mikken, voor zeilers met budget is dit redelijk hoog
gegrepen. Voorlopig zijn ze alleen de drie zomermaanden geopend. Desalniettemin
is het fijn om weer eens aan een steiger te liggen, makkelijk afstappen om zo
naar de douche te lopen zonder vooraf nat te worden. Kortom, een onverwacht
paradijsje met bijzonder aangename mensen. De beantwoorde vragen gaan per e-mail
naar de Italianen. Puerto Melinka is onze laatste stop in deze Archipel van
eilandjes. Een klein grijs vissersdorpje waar veel regen valt als wij er zijn.
We mogen de vrije boei van de Armada gebruiken, daar houden wij wel van. Mooi op
tijd, want een paar uur later komt er nog een klein zeilbootje binnen,
Mafioso II. De Chileense schipper met zijn Duitse opstapper/vriend vraagt of
hij ook met een lijn aan onze boei mag liggen. Dat lijkt ons niet zo'n goed idee
met het risico van masten die tegen elkaar botsen, maar een lijn op ons
achterschip vinden we prima. Die manoeuvre gaat niet vlekkeloos......in de stromende
regen pakt Warren midscheeps hun lijn aan en loopt ermee naar achteren. Opeens
een akelig gekraak en geschuur, komt zijn preekstoel tegen onze railing! Ze
houden de boot niet af, ze gooien de motor niet in de achteruit, beide mannen staan een
beetje oenig te kijken en zeggen helemaal niets. De middenscepter is wat krom
gebogen, Warren komt boos binnen en samen mopperen we verder op onze stomme
buren. Het regent nog steeds en intussen is het donker geworden, dus we wachten
de morgen maar af. Met een fles wijn komen ze zondagmiddag bij ons op de thee,
verontschuldigen zich en nemen ons 's avonds mee uit eten om het goed te maken.
Zij vertellen ons het trieste verhaal dat een week geleden ten noorden van Chiloé een kleine open motorboot met tien mensen erin is omgeslagen in vier
meter hoge golven, allen zijn verdronken. Gevolg is nu dat de Armada bijna
panisch bij een enkel zuchtje wind alle havens rondom Chiloë laat sluiten. Veel
boten liggen al dagen vast en mogen geen kant op. Met ons vieren gaan we de
avond voor vertrek naar de Capitania om ook hier uit te leggen dat wij niet
vergeleken kunnen worden met die kleine vissersboten en nogmaals, zonder wind
kunnen wij niet zeilen. Er komt één dag met lichte westenwind, een uitgelezen
moment om de oversteek van Golfo de Corcovado te maken naar Isla Chiloé. En we
krijgen de volgende ochtend om 06.00 uur toestemming om uit te varen. Prachtig
zeilweer, een vlakke zee en het eiland is duidelijk zichtbaar. Mafioso II haalt ons op de
motor in, ze hebben problemen met hun grootzeil. Via de marifoon melden ze dat
zij aan een boei kunnen liggen in Puerto Quellón en wij op onze beurt wel achter
hen mogen liggen. Dat blijkt wel een uitkomst, want het is ontzettend vol met
allerlei maten vissersboten allemaal aan hun eigen boeien. Heel behoedzaam vaar
ik Nightfly achter Mafioso II totdat Warren ons lijntje over kan
geven. Of zal ik ze toch een klein kopstootje geven......We wanen ons in een
compleet ander land, de hoge bergen zijn verdwenen, de wilde natuur heeft plaats
gemaakt voor groene weilanden met koeien, akkers en glooiende beboste heuvels met huizen.
In Puerto Quellón vinden we alle soorten winkeltjes, kleine zaakjes met
allerhande technische dingetjes waar Warren helema
al blij van wordt. Om de
honderd meter is er een groente/fruit zaakje, een bakkertje, slager,
kruidenierswinkeltje en daarnaast grotere supermarkten. Onbegrijpelijk dat ze
allemaal bestaansrecht hebben. Van onze visserbuurman Daniel krijgen we een
flinke zak
met verse mosselen. Voordat we die überhaupt gaan eten, checken we bij de Capitania of we hier in veilig gebied zijn beland. Vanaf vertrek in Puerto
Williams in het zuiden wordt met dikke letters op de zarpe vermeld dat we onder
geen beding schelpdieren mogen eten in verband met Mareja Roja, een epidemie van
Phytoplankton sinds 1972. Ze zijn besmet
en kunnen binnen 24 uur tot de dood leiden. Alleen de krabben zijn
veilig op te eten. De Capitania geeft groen licht, we zijn hier boven de
gevarenzone aangekomen. Maar toch eten we ze met een raar gevoel en weten pas
100 % dat ze goed zijn als we elkaar de volgende dag nog steeds aan kunnen
kijken. En dan, een strandwandeling....zonder jas....een hele middag stralend
zonnig. We koesteren ons in de zon en verbranden uiteraard onze nek. Het is
ontzettend helder weer en we ontdekken in het oosten op het vasteland de vulkaan Corcovado, het lijkt een hallucinatie, zo onwerkelijk mooi! Voor we weer anker
op gaan, hebben we nog een skype afspraakje met onze kleindochter Tamar. Ruim
een uur kletsen we via de camera met elkaar. De blonde krullenbol laat zien hoe
goed ze al kan puzzelen, wijst op de baby bij haar Mem in de buik en noemt ons
al Oma en Pake. Onze dag kan echt niet meer stuk!!!!
Zaterdag 27 februari 2010 Een aardbeving en tsunami in Chili!
Het lijkt net of mijn gedachten compleet geblokkeerd worden door de overvloed van het gewone leven dat we weer tegenkomen. Natuurlijk, het is best fijn om alle gemakken weer bij de hand te hebben, zoals de bakker, groenteboer en internet. Maar zoveel mensen en auto's om ons heen, we hebben er allebei wat moeite mee na zoveel maanden op onszelf aangewezen te zijn geweest. Het bouwt gelukkig wel langzaam op. In Queilén verdwalen we nog niet. Een klein vissersdorpje met een prachtige langwerpige zandbank die we rondom lopen in de warme zomerzon. Hier halen de mensen bij laag water het aangespoelde zeewier weg en leggen dit uitgestrekt op het zand. Terwijl het ligt te drogen, doet de verzamelaar ernaast zijn middagdutje. Met een zelfgemaakte hark trekken ze de droge algen bij elkaar en stoppen het in zakken voor de verkoop. Er wordt zeep en shampoo van gemaakt. Buiten in de baai ligt het stikvol met mosselkwekerijen en vissersbootjes. Met een eb en vloed verschil van 5 tot 6 meter is het zaak dat we ver genoeg van de wal af ankeren om niet droog te vallen. Maar daar is nu te weinig ruimte meer over voor ons, gelukkig vinden we een vrije boei die we brutaal gebruiken. Er is niemand aan wie we toestemming kunnen vragen, maar er komt ook niemand claimen. We zien steeds meer troep op en in het water. Men gooit hier zonder schuldgevoel plastic flessen, yoghurtbakjes en wijnpakken in het water zodra ze leeg zijn. Het krioelt van de stukken piepschuim die losraken van de visboeitjes, een bijzonder storend gezicht allemaal. Het besef hoe uniek de natuur is, heeft in Chili nog een lange weg te gaan. Tijdens het jaarlijkse Festival Costumbrista Chilote de Castro, de 3e oudste stad in Chili, worden de straten overspoeld met toeristen. Onwennig zoeken wij onze weg ertussen door. Vijf avonden zijn er optredens van lokale muziek en dansgroepen in de sporthal van de school. De kwaliteit groeit per avond, maar de basis is telkens herkenbaar. Van heel jonge kinderen tot volwassen mannen en vrouwen dansen met een zakdoek in de hand. In vergelijking met de man danst de vrouw behoorlijk passief. De man trekt ten strijde en paait met zijn zakdoek om de vrouw heen. Hij zwaait ermee achter zijn rug, boven zijn hoofd, in zijn nek en voor zijn voeten, onderwijl flink stampend op de houten vloer. Het is komisch en lachwekkend, het doet me denken aan een veredeld zakdoekje leggen. Het totale beeld wordt er mooier door zodra ze in prachtige kostuums verschijnen. De jongens als stoere gaucho's met poncho's om hun schouders en sporen aan hun laarzen, de meisjes in kleurige wijde hoepelrokken met veel roesjes en kant. De typisch bijbehorende Chilote muziek wordt gespeeld op gitaar, trom, harmonica, mandoline en een onderkaak van een koe waar met een stok overheen gerateld wordt. Op zaterdag en zondag staan op het Parque Municipal tientallen kramen met lokaal eten en drinken, de omliggende dorpen bieden hun artisanale handgemaakte producten aan. Naast gebreide en gehaakte mutsen, handschoenen, poncho's en truien vind je honing, kaas, likeur, gedroogde vis, houtsnijwerk en allerlei prullaria. Bij de demonstraties van de ouderwetse handwerktuigen stromen de mensen toe en worden uitgenodigd om mee te helpen. Graan wordt gedorst, appels van moes naar sap geperst, een boot van hout gebouwd waarbij de spanten worden heet gestookt om ze makkelijk te kunnen buigen. Na een aantal uren hier rond gesjouwd te hebben, zijn we doodop. Met brandende ogen van de rokerige barbecue-luchten pakken we de bus terug naar het centrum. Tussen deze drukke dagen door brengt Gabriëla, onze Argentijnse vriendin, ons in Castro een flitsbezoekje tijdens haar vakantie in Puerto Montt. Het voelt heel vertrouwd alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben (alweer een jaar geleden!), maar voor we het beseffen is ze er alweer vandoor. Om onze afkickverschijnselen te verzachten, zoeken we het eiland Quehui op. De wandeling door het dorpje van zo'n 30-40 huizen is kort. We zoeken het hogerop en krijgen na een warme trip over de klimmende zandweg beloning voor onze moeite. Breed voor ons ligt aan de overkant de Andes te schitteren in de zon. Alle bergen en vulkanen kunnen we zien met hun witte besneeuwde pieken, oogverblindend mooi. Door de weilanden langs afgelegen boerderijtjes lopen we terug naar de, inmiddels voor een groot deel drooggevallen baai waar Nightfly ligt te wiegen. De windsterkte en vooral zijn uitschietende racha's zijn flink afgenomen op deze breedtegraden, hoog tijd om de Hi-aspect na 1,5 jaar weer te verwisselen voor de grote Genua. Een beetje meer voorzeil zorgt al snel voor wat betere voortgang als er weinig wind staat. Onze route wordt even 'gedwarsboomd' door een onverwacht weerzien met Juerg en Ali die met de auto een aantal maanden door Chili reizen. Hun catamaran ligt veilig bij Puerto Natales. We hebben de GPS positie van een ankerbaai ten noorden van Castro doorgemaild en als wij rond twee uur binnenzeilen, staat hun auto al op het strand geparkeerd. Honderduit kletsend brengen we de rest van de dag bij ons in de kuip door. Na het eten en de koffie brengt Warren hen weer terug naar het strand alwaar ze in de auto overnachten. De volgende dag toeren we met zijn vieren over het eiland naar het Nationale Park aan de Pacific kant van Chiloé. Handig zo'n vierwiel aangedreven auto, want Juerg crost over lastige zandweggetjes, door diepe plassen en over het strand, wat hier overigens niet verboden is. Het is een liefelijk eiland met kleine dorpjes, fleurige bloemen en heel veel groen. Nog steeds worden ook hier alle huizen op palen gebouwd, zowel hout als betonnen palen. Behalve de palafitos in Castro, deze traditionele houten huizen staan alleen op houten palen boven het water. Het zijn de woningen van de armere bevolking, maar een geliefd foto object en de toeristenfolders maken er dankbaar gebruik van. In mei 1960 heeft een aardbeving met daaropvolgend een tsunami flink huisgehouden, veel huizen en wegen verwoest en ruim 200 mensenlevens gekost. Veel boeren hebben toen leefruimte van de zee terug gestolen en hun palafitos erboven gebouwd. Van de kinderen krijgen we de volgende ochtend een verontrust mailtje hoe het met ons is in verband met de aardbeving. Wij weten niet waar ze het over hebben (...gelukkig). Tien minuten later horen we via ons Patagonië netje het schrijnende bericht over de zware aardbeving (8,8 op de schaal van Richter) die 's nachts bij Concepcion heeft plaats gevonden, ruim 500 kilometer noordelijk van ons. Er is dan al één vloedgolf geweest die op Isla Juan Fernandez alle huizen met hun inwoners binnen 100 meter van de waterlijn de baai heeft ingesleurd. Een van onze medecruisers ligt daar aan de mooring en ziet alles aan zijn boot voorbij drijven! Ze kunnen veel mensen redden. Van alle overige zeilers in de Pacific komt al snel via de radio het bericht dat ze veilig zijn. Op het water zul je het minst merken van een tsunami, de boot gaat eigenlijk ongemerkt mee op een vloedgolf. De dagen hierna blijft de ramp het onderwerp van gesprek op de radio, voor ons de enige bron met nieuws. Het blijkt een ramp van grote omvang met ontzettend veel doden. Chili hangt de vlag halfstok. We beseffen terdege dat we de dans zijn ontsprongen.
Woensdag 17 maart 2010 Onze eerste kleinzoon is geboren!!!!!!!!!!!!!!!!
Zojuist geweldig nieuws uit Nederland ontvangen. Wendy en Jan-Durk zijn de trotse ouders geworden van een zoon genaamd Viggo Bokke, roepnaam Viggo. Tamar is uiteraard heel trots op haar kleine broertje. Wij ook, glimmend van trots schrijven we dit mooie nieuws.
Klik op de foto voor een vergroting
Nog meer uitbreiding in de familie bij mijn neef Michael en Linda. Ook zij hebben een zoon gekregen, gisteren geboren met de naam Sander Daan, roepnaam Sander. Van harte proficiat allemaal vanuit Chili!!!
Zondag 21 maart 2010 Een verrassend bezoek met cadeautjes
Vrijdagmiddag vier uur, bijna weekend. Sinds we stil liggen in Marina Reloncavi in Puerto Montt, wordt er nagenoeg elke dag druk geklust op de Nightfly. We hebben de winterkuiptent maar weer eens van stal gehaald. Erg handig om al het gereedschap in de kuip te kunnen laten liggen. Op een ochtend worden we gewaarschuwd dat er opnieuw een tsunami op komst is en wel over vijf minuten.....! Als de sodemieter moet iedereen terstond zijn boot verlaten en hoog op het droge komen. Voor de zekerheid nemen we de belangrijkste papieren, laptop en foto's mee naar de wal, het zal toch maar waar zijn. Op de club loopt iedereen erg zenuwachtig heen en weer, maar na een uur wachten mogen we weer terug. Eigenlijk totaal onlogisch om hier een tsunami te verwachten. Er is wel weer een aardbeving geweest (7,2), een eventuele vloedgolf spreidt zich van de kust af de oceaan op, maar echt niet honderden kilometers zuidelijker de hoek om bij de baai van Puerto Montt. Maar ja, de autoriteiten zijn veel te bang om weer te laat te zijn met een waarschuwing, zoals de eerste keer waardoor onnodig veel slachtoffers zijn gevallen. De marinero's op de club mogen ook de steigers weer op om verder te gaan met hun nieuwste klus. Een aantal dagen achtereen heeft een -ongewone- forse zuidenwind aan de vol bezette steigers staan rukken. De golven trekken om beurten de drijvers eronder weg, die stomgenoeg niet vastgemaakt zitten. Na een tijdje stort de noordelijke steiger voor een deel in. Met veel kunst en vliegwerk sjorren ze met lange lijnen de zwabberende steiger vast aan de tegenover liggende steiger, waar wij gelukkig liggen. Een voor een worden de (onbewoonde) zeilboten bij de kapotte steiger weggesleept om die te ontlasten en ze met de herstelklus kunnen beginnen. Het ziet er naar uit dat het nog wel even duurt voordat dit klaar is. Intussen zijn er twee zeilboten binnen gelopen die we van het Patagonië netje kennen, dat belooft een gezellige boel te worden dit weekend. Ik heb net lekker gedoucht, Warren is terug uit de stad en we drinken een biertje in de opgeruimde kuip. Plots staat er een man met een petje en zonnebril op naast onze boot en hij heeft twee postpakketten in zijn handen. Hij vraagt in het Spaans of hij hier bij de "Nietflie" is. Wij knikken bevestigend en hij vraagt waar we vandaan komen. Zozo, helemaal uit Holland, nou nou! Intussen kijken wij elkaar aan, we hebben niks besteld, wat is dit? Waarop de man een heel bekend deuntje begint te fluiten. Schaterend roepen we uit, "Heee Wolfgang, jij bent het!!!!" Het is het deuntje waarmee hij elke ochtend zijn Patagonië netje start. Alleen de afgelopen twee weken niet, want hij is samen met zijn vrouw Gaby in hun camper op vakantie. En komen nu ons opzoeken. We wisten wel dat ze zouden komen, alleen niet wanneer. En zeker zo spannend, de twee pakketten heeft hij al sinds afgelopen december in huis, maar mocht ons niets verklappen. Onze dochters én mijn zussen hebben ieder een doos vol presentjes en lekkers opgestuurd. We zijn met stomheid geslagen, wat een heerlijke verrassing. Lieve schatten in Nederland, ontzettend bedankt! Er volgen vele praatuurtjes met Wolfgang en Gaby op de Nietflie en met de andere zeilers gaan we de tweede avond gezamenlijk uit eten. Het is een heel bijzondere kennismaking, eindelijk na twee jaar hebben we gezichten bij deze o zo bekende stem. Het blijkt zo een hele week vol hoogtepunten, maar de belangrijkste blijft uiteraard de geboorte van onze eerste kleinzoon Viggo, gezond en wel. Bij het zien van de eerste foto zitten we beiden met een dikke smile ontroerd te kijken naar dit mooie nieuwe mensje. We hopen snel moeder en zoon voor de skype camera te kunnen bewonderen.
Vrijdag 26 maart 2010 Verslag van Fer
Heerlijk om je benen te strekken over meer afstand dan van je stoel naar het toilet. De verkenning van de hoofdstraat in het lage deel van Puerto Montt met Maria is daar lang genoeg voor. De lokale handel biedt het meeste vertier, maar aan enkele bekende merken als Rbank en Mac is niet te ontkomen. Mij doet de lokale Italiaan meer plezier. Spaanse empanada’s fungeren vanmiddag als lunch afgemaakt met een stevig plat bruin broodje met zachte kaas. Slapen doe ik op de bank in de huiskamer. De 2e hut is gereserveerd voor mannen van het kaliber Hans of Jaap, daarvoor moet je langer dan 2 m zijn. De eerste nacht hebben Maria en Warren compassie met mij en gaan ze vroeg op stok. De slaapbank lijkt wel een veren bed, als je maar moe bent. Vandaag is het warm vakantieweer. ’t Is rustig in de marina al wordt er verderop op de werf aan een nieuw schip gewerkt met perslucht en om de hoek laat de scheepslift een jacht terugzakken in het water. Daar lopen veel helpende handen bij rond. Ik zit ervan te genieten als ik met een spons het havenvuil van het zwemtrapje poets en daarna een donker handwasje doe nu er volop zoet water ter beschikking is. We worden verrast door Gaby en Wolfgang die op hun terugreis naar Villarrica nog even gedag komen zeggen en we wensen elkaar goede reis. Leuke mensen die anchors van het Patagoniënetje. Warren is met David van de “ Catch the wind” zijn gegalvaniseerde ankerketting ophalen en wij doen de zarpe bij de Armada voor onze tocht morgen naar Chiloé . Dat duurt even, maar je krijgt er ook wat voor terug: papier met stempels en handtekeningen. Ik loop ondertussen naar buiten waar de zakken mosselen klaar staan om afgevoerd te worden met pick-ups, vrachtautootjes en zelfs een twee wielige kar met paard. Die kijkt pas op als ik mijn Spaanse hola op haar uitprobeer als ik recht voor haar oogkleppen sta. Die verstaat mijn Spaans niet. Vanuit de supermercado Santa Isabel gaan we beladen met boodschappen in volle rugzakken met de bus terug naar onze marina, waar Warren met een blok hout de aan elkaar gegalvaniseerde schakels los timmert. Nee, voor die laatste paar meters hoef ik hem niet te helpen en voor Maria de empanada’s uit de oven haalt is de ketting al door de lier gehaald en in de ankerkluis opgeborgen.
Wie deze kant op wil komen moet erop rekenen dat je bij de Braziliaanse kust nog pas halverwege bent. Gottegot wat een eind vliegen moet je er voor over hebben om je zusje en zwager in hun boot op te kunnen zoeken. Met het prachtige herfstweer is de verleiding er wel om hier te blijven, maar bij ons in Europa komt datzelfde weer als lente en dat wordt zes maanden genieten van mooi weer toch zeker. Maar alleen al voor de ontvangst doe je die moeite. 4 x hebben we elkaar fijngeknuffeld, waarvan 3 x in opdracht van achterblijvers zoals de 2 zusjes en 1x van Ann en Fabienne, maar ikke was de uitvoerder. In Santiago hadden we eenzijdig contact gehad via een sms via Skype. Die kon ik niet beantwoorden en toen heb ik mijn ontvangst door de Chileense SAG maar gesms’d naar Ann. Je mag wel fruit invoeren verpakt in je maag maar niet daarbuiten. En die ene appel van 0,135 kg is onverbiddelijk gespot onder de scanner en ik moest mij verantwoorden. Want op het invoerpapier verklaarde ik immers geen contrabande bij me te hebben en waarom toch die mooie rode sappige appel in je handtas. Paspoort inleveren en mee naar het bankje. Het werd een hele voorstelling van administratieve handelingen waarvan als sluitstuk mijn laatste handtekening onder de verklaring dat die appel vernietigd werd. Ik had dat al eerder uitgevoerd zien worden toen een van de groen geüniformeerden een peertje op zat te eten. Was ook al zo sappig. Ik heb veiligheidshalve mijn opkomende gedachte stil gehouden, want er wachtte nog een binnenlandse vlucht. Als bewijs heb ik kopieën van de documenten met alle handtekeningen meegekregen voor als ik het straks zelf niet meer geloof.
Hedenavond mijn eerste asado met de Noorse Jenny, de NL
LOL
en de US Marcy bij het clubhuis. Proeven wat dat voor menu oplevert. Zojuist
komen ze van de Capitania aan om alle veiligheidsvoorzieningen te controleren.
Een hele checklist wordt afgewerkt en soms willen ze wat verifieren (zien). Ze
dragen allebei een zwemvest, klaar om op te blazen, je kunt nooit weten!
Spierwitte matrozenmutsen onder de arm, tenminste de ene die op de steiger blijft
staan, de ander draagt zijn werkpet. Dit is binnen 10 minuten afgewerkt, het
lijkt die firma wel. 
Wat mijn geliefde warme drank betreft: het meegenomen espressokannetje kon gisteravond geen drankje maken van de Lavazza koffie en kokend water. Technisch probleempje van geen afdichting. Luxe vergeleken bij wat ze op de Nightfly al meegemaakt hebben met watermaker, ankerlier en radar. Vanavond testen of mijn eerste hypothese klopt: heetwater laat het reservoir uitzetten en dan kan het bovenste deel er niet ver genoeg opgeschroefd worden om druk op te bouwen. Oplossing: hooguit warm water in het reservoir en dan pas aan de kook brengen.
Op verzoek van Janneke een foto van de gastverslaggever ter plaatse die zich klaar gaat maken voor de asado met mate(n).
Donderdag 1 april 2010 Palmpasen
De zondagrust slaat nu toe in de vorm van windstilte. Geen zeildag voor ons
langste traject deze trip. De komende week is de Holy week in Chili en dan wordt
er voornamelijk vis gegeten in verband met de vasten neem ik aan. De vissers
hebben deze week veel afzet voor hun vis en werken tot vanmorgen aan toe.
Vannacht kwam de eigenaar van de boei, waar bij voorkeur aangelegd wordt in
plaats van te ankeren, aan met zijn vrachtbark. De Nightfly lag tussen de
Mafioso van Alberto en de Jenny van Eli en Jan in. Met een toe-oet
kondigde de bark aan dat ‘ie aan zijn boei wilde aanleggen.Warren vloog in z’n
rode onderboks uit bed om Jan te assisteren bij het aanleggen van de bark. De
schipper vleide zijn joekel zonder een stootje tegen de Jenny aan. Met de
bijboot van de Jenny ging hij aan wal, Jan en Warren wachtten de
terugkomst af. De bijboot werd terug vastgemaakt aan de Nightfly, dat is
een lagere opstap dan de Jenny. De bark vertrekt weer om een auto aan wal te
zetten en legt opnieuw bij de Jenny aan. De twee wachtenden hadden het zo koud
gekregen dat ze minstens een shot whisky in moesten nemen als opwarmer.
Even vrolijk vliegt onze stuurman om 07.01 uur uit bed als de wekker voor de 2e
keer gaat. Dan moet je als passagier heel snel zijn om te kunnen zwaaien, anders
ben je te laat. Twintig minuten later loopt de motor al en dat duurt de hele
reis. Behalve als we denken een Sperm Whale te zien. Motor uit, ‘t zondagsrust
gevoel treedt aan, en speuren naar een zwarte vlek of luisteren naar spuiten.
Hoe lang houdt deze heerlijke stilte aan? Na 10 minuten met slechts 1 pinguïn op
ons netvlies varen we verder.
Zaterdagavond hebben we met negen man van drie eerdergenoemde boten gegeten bij
Juanita op Isla Chidguapi na een trektocht door veld, beemd en strand, snoepend
van rijpe bramen (die heb je nog niet op Texel, brusjes.) Tweemaal zijn we
begeleid door inwoners naar de camino (weg). Alberto van de Mafioso is de
tipgever van dit restaurant, want het staat nergens vermeld, zelfs niet bij de
aanlegsteiger. Juanita bood ons bij het reserveren ook het douchen aan,
handdoeken niet nodig. Sympathieke klantenbinding. Doch Eli v
an
de Jenny bood ons haar douchecabine aan en dat was toch hendiger, alles
vlakbij, geen douchespullen mee en van boord sjouwen. Oei, Maria deelt harde
choco eitjes uit. Net die uitvoering waar Thea en ik het over eens waren dat die
op de receptie bij Unipol moesten liggen, omdat die er nu liggen wel erg groot
en te lekker en teveel smaken zijn. Die moet je toch minstens allemaal proberen. In Chili was voor de mosselkwekerij een grote markt voor piepschuim, dat
gebruikt wordt als drijflichaam voor vlotten, zoals hiernaast. De vissers
gebruiken één zo'n blok schuim als bootje om
van strand naar hun boot te peddelen. Overal op het strand en in het water vindt
je zulke vlotten en losse blokken. In baaien zie je nog lange rijen
schuimdrijvers met elk twee hangende lijnen waar de mossels tot wasdom komen.
Het piepschuim wordt wel steeds meer door holle kunststof fenders vervangen, die
van een afstand op zeeleeuwen lijken, welke je hier veel kunt zien.
De afdeling Texel van de familie hebben wij twee geplaagd met onze zonnewarmte,
het gebak van Eli, strandwandeling met bramen, het visrestaurant van Juanita.
Dat is weer gepareerd met: de vijf van Texel, diner door Johan en foto’s kijken
van moeder. Als er al sprake mag zijn van een competitie tussen Chili en Texel
is het gelijkspel.
Klop klop, op de boot. Twee señorita’s in een roeibootje die cholgas (mosselen)
hadden geraapt bij eb en de Nightfly als klandizie hadden opgemerkt. Nee,
ze wilden geen geld, liever schoenen of kleding. “Kom op de cafecito bij Dora”
en weg roeiden ze, de mosselen in goed vertrouwen bij ons achterlatend. Hun
woning lag op de wal die we toch wilden bezoeken en met het tij mee roeide
Warren ons daarheen. “Was het nu een wit huisje op een zwart schip? “. Er lag
alleen een blauwe schuit. Twee niña’s de weg gevraagd naar Dora:
“Arriba”, omhoog op het weggetje van het dorpje af. Bij het huis van Dora werden
we binnengewuifd. Manlief bouwde in de tuin kleine roeiboten met de hand, het
buigwerk vond plaats tussen een gevorkte boom en touw dat het andere eind naar
een paal trok. Van vers hout, gezaagd met een cirkelzaag aangedreven met een
stationaire eenpitter via een riem, zoals bij ons een dorsmolen aangedreven werd
door een Bulldog trekker met een poelie. De riem zocht zijn evenwicht op beide
poelies en schoof lichtjes van links en weer terug. Zo hoort dat ook bij
dergelijk tuig. Bij Dora zetten we ons op de bank tussen het kraanloze aanrecht
en het houtfornuis. Dora trok een stoel bij het fornuis voor het stoken en het
koken. Maria en Warren trokken de conversatie en ik mocht proberen het te
volgen. Dat lukte beter bij het Nederlandse dan bij het Chileense Spaans. Onze
broer-zus verhouding werd toegelicht om te voorkomen dat er vreemde gedachten
zouden rijzen. Het huis was ook voorzien van een gasfornuis voor de zomer als er
niet gestookt hoefde te worden, maar geen kraan. Water kwam uit het reservoir
waarin het regenwater van het dak opgevangen werd. Na de afrekening van de
mosselen met twee T-shirts (schoenen hadden we niet over, vonden we), wilden we
verder wandelen. Dat was niet de bedoeling zei manlief, over een half uur was de
cazuela (maaltijdsoep) klaar en we moesten terugkomen om mee te eten. De pan was
gevuld met aardappelen, ze hadden genoeg klaargemaakt. Dat is nu volgens land’s
eer. Eerder bleek de bemanning van de Giebateau hun kaartje met foto
erop, bij Dora achtergelaten te hebben. Carolien had toen wel wat mandjes kunnen
kopen, nu was er geen meer voorradig behalve die in de tuin in gebruik was.
Mandjes vlechten is winterwerk. Cazuela zonder gedroogd zeewier viel ook bij
Warren goed. Na het eten, ik anderhalf bord, zo lekker pikant, kwam de koffie en
voor mij -mogelijk het laatste- Lipton theezakje op tafel. Met nog uitjes en een
tak mintblaadjes voor in de thee in de rugzak werden we uitgezwaaid. O, onze
wegwijzertjes bleken de dochter Christa en het nichtje van Dora te zijn. Die
hadden vandaag geen school, de juffrouw was naar het vasteland. Onder
tegensputteren mochten we wat geld betalen voor het eten. De bramen op de
terugweg waren zongerijpter en zoeter dan die van eergister op Isla Chidguapi.
De aanleg van drinkwater werd op een groot bord aangekondigd. Bij de volgende
baai gekomen lieten we Warren schipwaarts roeien, wij wilden te voet naar de
ankerbaai. Maria mocht onderweg een foto maken van een 2 jarige pequeño die met
een hond groter dan hijzelf aan de wandel was. Onze route leidde niet naar de
ankerbaai. Maria spotte de mast achter ons en met een 180 graden draai dezelfde
weg terug tot we over een prikkeldraad omheining konden klimmen en door
weilanden zeewaarts tot de waterkant. Warren poetst het vuil van Puerto Montt
van de boot in de zon en wij zijn toe aan wat drinken. Maria en ik stellen het
reisplan op voor de komende week: drie nachten in Quemchi om wat verder Chiloë
op te gaan, tussendoor wat overnachtingen op leuke ankerplaatsen en vanaf
volgende week dinsdag met de bus naar Argentinië.
Verkassen van boei naar boei over een afstand van nog geen mijl verwekt op het
netje enige hilariteit, want dat is het vermelden niet waard. Aan wal van Isla
Mechuque zijn el museo en het rustieke restaurant de te bezoeken plaatsen. De
honger slaat bij Warren toe als de volgende etenstijd is aangebroken, ongeacht
het late ontbijt. Eerst het restaurant dat net open is, om half twee volgens het
bordje. Mooi niet, de waardin plakt affiches op in het dorp, over een half uur
terug. Een grote, brede brug met halfweg een speels puntdak inclusief verdieping
loopt over het baaitje. Een grasperk met heuse bloemen, een boom vol met witte
bloesem en de oude school langs de waterkant vormen het driehoekig centrum. Op
een hoek daarvan ligt de pier waar een schuit net een passagier afzet. Een
doodlopend paadje langs het 4e winkeltje naar het kerkhof met een lage vuurtoren,
o symboliek. Naast de groene Carabineros is ook de Armada vertegenwoordigd door
de Alcadia, die de man van onze waardin blijkt te zijn. Daar worden we voor de
2e keer op een rondje (Vuelta) gestuurd, de boot met de boodschappen moet nog
binnenvaren. Onze trek stijgt met de weg mee, het uitzicht is prachtig over de
eilandengroep en de Golfo. De duidelijke driehoek van een vulkaan is zichtbaar
tussen de Andes en de wolkenband erboven. De afdaling is lichter dan verwacht,
onze waardin heeft de tafel gedekt en ze verrast ons met oliebolachtige warme
driehoekige broodjes voor bij wederom cazuela, deze keer met andere ingrediënten.
Daarna bakt ze twee verse broden voor ons, hopelijk niet van haar laatste meel.
Onder de baktijd bezoeken we het 2e museum: een voormalige drogisterij waar de
oude lieve eigenares ons rondleidt langs alle oude uitgestalde
gebruiksvoorwerpen, haar woonkamer met de foto van haar Franse grootouders, de
keuken met een schilderij alsof het borduurwerk was, haar overdekte asadoruimte,
de kippen en de tuin tot aan de baai. De baktijd nog niet voorbij naar het 1e,
licht teleurstellende scheepvaartmuseum in een pand dat op plaatsen aan het
verrotten is. Eindelijk met de twee warme broden naar de Nightfly, waar
de bijboot gespoeld aan boord gehesen wordt en ik verbinding heb met Ann. Daar
is ’s nachts via de garagedeur geprobeerd binnen te komen, edoch niet gerekend
op onze Fabienne die ze met een ”Hee, wat moet dat” weggejaagd heeft.
Aangifte bij de politie en de garagedeur met bouten geblokkeerd zal een nieuwe
poging wel voorkomen.
Maandag 5 april 2010
Paasweekeind
Afgepeigerd kropen we op handen en voeten langs
het overgebleven stukje droog langs de baai, soms de voeten nog net droog, op de
kortste weg, dachten wij, terug naar de boot. Hadden wij ons danig vergist in de
afstand naar het huisje van Siv (siev met een lange ie), onze Zweedse kennis van
gisteravond, die we beloofd hadden op te zoeken. Vanaf de boot was het maar een
stukje over het langste deel van de baai. Ik wilde graag een ferme wandeling
maken en aangezien ik 's morgens vanuit de dinghy auto's achterlangs Siv's
huisje had zien rijden, moest daar de weg lopen. Nou, wegen zijn er in meer
soorten dan ik tot dusver kende behalve de omweg. Naast de de dikke en dunne
rode lijntjes op een kaart zijn er ook stippellijntjes en geen lijntjes waar
toch een weg kan zijn. En dan heb ik het nog steeds over wegen waar die 4WD
auto's overheen kunnen rijden en geen koeienpaadjes door veld en beemd. Vergis
je niet, een kaart hadden we niet, enkel het zo feilbare richtingsgevoel van
mij: " Het is die kant op!". Warren had het al na 1,5 km in de gaten dat het een
wandeling zonder doel zou worden, hij kreeg gelijk, en was terug naar de boot
gegaan om met de dinghy naar Siv te roeien met het opkomend tij mee. Maria had
na ruim een uur lop
en
in de hete zon zonder veel wind besloten dat we een aardige wandeling deden,
maar niet meer naar Siv. Bij de tweede splitsing werd de weg breder, meer
stofwolken van auto's en zowaar 2 afgeladen bussen die vlakbij stopten. Och,
voor zo'n wandeling heb je geen geld nodig (geen terrasjes) en geen drinken voor
onderweg, geen bus dus. Doorlopen tot voorbij een bruggetje de weg weer steil
omhoog liep." Zou je dat snelstromende, heldere water kunnen drinken?" vroegen
we ons af. Bij het vooruitzicht om op de terugweg te kunnen eten van alle rijpe
bramen namen we geen risico. We hebben nog overwogen om zwager Hans te bellen,
die altijd klaar staat met transport. Deze opbeurende gedachte was al voldoende
voor onze moraal. De bramen hebben we niet gehaald. Warren zag ons langs de
waterkant ploeteren en heeft de veerman uitgehangen, zonder " zie je nou wel".
Goed van die vent. Siv verkocht huisjes, grond en haar zeilboot waar ze, samen
met haar overleden man, 22 jaar chartervaart rondom Zuid Amerika had gedaan. Ze
ging terug naar Zweden waar ze nog een broer met een clan van 16 familieleden
had wonen. Dat was nog maar paaszondag.
Paasmaandag is in Chili een werkdag net als die andere 2 maandagen. We kregen een lift aangeboden van monsieur en madame De Lesseps, Marc en Francoise, waar we zaterdagavond op het koude visbuffet waren uitgenodigd samen met Siv. We kenden elkaar al. Exact om 10.00 uur vertrokken we naar Ancud. Jee, wat kan zo'n 4WD Defender snel vooruit op die grintwegen. Verrassing, waar wij daags tevoren Ancud bij de drukke weg rechtsaf dachten, sloeg Marc linksaf. Het zicht op Ancud is prachtig vanaf de laatste heuvel voordat we de brug over de baai oversteken. Omringd door baaien en eilandjes met op de rede 3, later 5, tallships die een tour maakten rondom Kaap Hoorn naar het noorden. Hun komst was al gemeld op het Patagoniënet waar ze met 3 op een rij La Rose voorbij voeren en een ervan bracht hen een saluut. De bemanning klimt dan op de ra's van het schip. Wij konden ze bewonderen bij Ancud. Eerst koffie met gebak, tenminste voor Warren en mij. Maria spaart zich voor de bruiloft van Sandra en Jaap. De volgende zaak was weer een café maar nu met internet. Skype maakte geen contact met Wendy en Tamar. Een rondje over de boulevard, vol monumenten, langs de haven, waar macho politieagenten te paard met hun zweepje in de hand rondreden om een zwerver over het gedrag van z'n honden te bevragen, die hij vergeefs probeerde weg te wuiven: " Die horen niet bij mij". Dat kon goed waar zijn ook, er liepen misschien wel meer honden dan volwassenen rond, vooral in de stad. Mager dat ze waren. Langs een hotel " under reconstruction" , dat zo luxueus verbouwd werd in onze ogen dat het wel een 5 sterrenprijshotel moest worden. Bleek het hooguit als een halve ster hotel bekend te zijn. We hadden ons voorgenomen om de kas van de penningmeester flink te plunderen en we betraden een leuk eettentje op de hoek van de plaza. Daar troffen we ons transport aan een cerveza (pils) en even later schoof een derde Fransman, Pierre, aan die ook aan "onze" baai woonde. Als we lekker wilden eten, moesten we met hen meelopen. Zij wisten een restaurant met een goede keuken. Dat bleek, op de verdieping zaten we, met zes, in de zon met zicht op de haven en het aan wal zetten van officieren van de tallships die gingen passagieren. Dat hele etentje met z'n zessen leek uiteindelijk niet op een plundering, daar eet je thuis met 2 man voor. Dat kon de vakantiekas best lijden en door met onze chauffeur te gaan eten, konden we ook nooit te laat zijn voor de terugrit, precies om 15.00 uur. Dat was buiten de mannen van het auto wasstation gerekend, die waren een uur later klaar. De bezetting met z'n drieën van het kantoortje van de chef werkte contraproductief. De chef ging meehelpen en dat was niet zijn vak. Terug bij de baai kregen we een rondritje over het grondbezit van Marc en Francoise. Tegenover het zomerhuisje dat bij de koop inbegrepen was, lag de moestuin. We moesten echt wat Chili knoflook meenemen. Dat past prima in Maria's menu's. Ja, en zonder een laatste cerveza konden we niet vertrekken. Leuk om zulke spontane ontmoetingen mee te maken. Tegen het bijna donker namen we afscheid met op z'n Bretons: 4 kussen. Aan boord de boot zeilklaar gemaakt om morgen om 7 uur stipt met het afgaand tij te vertrekken. Er moet voldoende diepte onder de kiel blijven bij de drempel van de baai. Marc had de richting waar we het Zuiderkruis moesten zoeken aangegeven, vanaf de boot precies boven zijn huis op de heuvel. Meteen raak: mijn eerste keer dat ik het Zuiderkruis zag. "Warren, maak jij een foto als ik er ook naar kijk". Dat lukte, met een sluitertijd van 30 sec uit de hand op een bewegende boot. Nou ja, het zijn 3 lichtgevende vlekjes aan de hemel geworden. Later riep Warren ons weer naar buiten, hij had het echte Zuiderkruis, lager boven de horizon gevonden. Het eerste, waarvan de 4 sterren veel helderder zijn, was het" valse" Zuiderkruis, waarschijnlijk het zwaard van Argos. Heeft die attente man mij voor een desillusie behoed, als ik later van dat " valse" kruis gehoord zou hebben. Hoewel, Nieuw Zeeland ligt op hetzelfde halfrond voor een herkansing.
Noot: Nadat we de ligging van het Zuiderkruis zoeken op de sterrenhemelkaart van het juiste halfrond blijkt Warren 's eerste waarneming toch correct te zijn. Bovenstaand stukje wordt niet aangepast, dat doen we met notulen ook niet.
Zondag 11 april 2010 Eerder met zijn 2tjes dan gedacht
Geheel onverwacht zwaait Fer ons uit op het busstation in
Puerto Montt, in plaats van wij hem op het plaatselijke vliegveld. Het gaat me
allemaal iets te snel en heb mijn tranen niet helemaal in bedwang. Mijn broer
heeft afgelopen nacht besloten om met de bus naar Santiago te reizen en niet met
ons mee naar Argentinië voor onze visum verlenging. Hij wil graag wat meer van
Chili zien. Maar ik voel me wel een beetje schuldig. Mede oorzaak van deze
wending zijn de -overigens geen letterlijke maar soms onvermijdelijke-
aanvaringen die Warren en ik de laatste dagen een paar keer hebben gehad. Wat
dat betreft houden wij geen schone schijn op. Als je bij ons logeert, maak je
ook onze dieptepunten mee. Fer heeft niet zo'n trek om daar tussenin te zitten
en groot gelijk heeft 'ie. Alleen was het prettiger geweest als we iets meer
tijd hadden gekregen om rustig afscheid te nemen. Het voelt nu als een
onafgemaakt verhaal. Uiteindelijk hebben we een ontzettend gezellige tijd
doorgebracht met zijn drieën.
Maar
goed, ik ken mijn broer wel een beetje en ben eigenlijk ook weer niet verbaasd
dat dit gebeurt. Ons uitstapje naar Bariloche in Argentinië duurt drie dagen,
het is een bijzonder toeristisch plaatsje en we houden het snel voor gezien. We
genieten er van het heerlijk zonnige weer op het kiezelstrand van het grote
meer. Bij vertrek 's ochtends geeft de opkomende zon een spectaculair zicht op
de bergen. Met verse stempels in ons paspoort stappen we in Puerto Montt in de
stromende regen uit de bus. Nu heeft het weer zeker een dipje. Terug op
Nightfly spreken we Fer via Skype, hij logeert een paar dagen in Villarrica
en heeft het reuze naar zijn zin. Ons rest niets meer dan de nodige dingetjes
hier in Puerto Montt te regelen. Daarna kunnen wij voorlopig onze laatste
zeiltrip naar Valdivia aanvangen en ons voorbereiden op de vakantie van twee en
een halve maand in Nederland. Leve de koningin, hoera!
Zondag 2 mei 2010 Winterstop in Valdivia, nog 3 weekjes en dan vliegen we naar de zomer in Nederland!!!!!
De zon schijnt vrolijk, onze laatste voetstappen op Chiloë laten hun afdruk op het strand achter. De wildwest tocht door Canal Chacao heeft weer spectaculaire cijfers op onze snelheidsmeter laten zien. Met tien knopen stroming mee leggen we opeens meer dan 20 Mijl af in nog geen twee uur, normaal doen we daar een uurtje of 4-5 over. De stromende regen belet ons een fatsoenlijk uitzicht op de aanloop van Puerto Ingles. Warren steekt zijn hoofd maar eens buiten om net op tijd een grote oranje boei van een salmonera te ontdekken op aanvaringskoers. We laten ons anker in de grote baai vallen. Zodra we de volgende dag de eerste wandeling richting het strand maken, horen we de branding al brullen van de Pacific. Het blijft enorm indrukwekkend om al dat water te zien komen aanrollen. Hierbij is het niet zo moeilijk om een voorstelling van die verschrikkelijk verwoestende tsunami in 1960 te maken. Her en der verspreid staat er een huisje en op de noordwest punt van deze landtong staat hoog op de rotsen de vuurtoren van Corona waar we een praatje gaan maken. We moeten vroeg ons bed uit om de bus te halen naar Ancud. Hij gaat alleen 's morgens rond 07.45 uur die kant uit. Mazzel dat we al eerder zijn, want half acht is 'ie er al en wacht echt niet. De lokale jeugd gaat ermee naar school en voor grote boodschappen moeten de bewoners ook naar Ancud, 45 kilometer in oostelijke richting. Natuurlijk vallen we op in de bus, het is allang geen toeristen seizoen meer. Aangekomen in Ancud is het nog zo vroeg dat we alleen in een soort van daklozen koffietent een bakkie kunnen krijgen. De meeste aanwezigen hebben dan al een flinke borrel voor hun neus staan. We willen heel graag het plaatselijke museum bezoeken, de (Nederlandse) directrice daarvan hopen we weer te ontmoeten. Tijdens ons vorige bezoek aan Ancud met mijn broer troffen we haar heel toevallig in een café. Maar we hebben pech, het museum is gesloten wegens groot onderhoud. In een internet café halen we onze mail binnen en bellen jarige zus Jeltje in Nederland. Met verse boodschappen in de rugzak zoeken we het busstation op. We worden direct herkend door een vrouw die met ons in de ochtendbus zat en onze richting opsnelt. Ze vertelt dat de bus er met een kwartiertje aan komt, dus we hoeven ons geen zorgen te maken. Er dient zich een mooi weer-window aan met zuidenwind. Op een windstille ochtend halen we ons anker op en motoren de eerste uren. De lome deining van de Pacific gaat moeiteloos onder Nightfly door. In de verte zien we een aantal spuiters de lucht in gaan, met behulp van de verrekijker kunnen we de rug van een walvis herkennen. Jammer dat de afstand te groot is. Het is een genot om de motor rond 14.00 uur uit te zetten en we gaan alleen op een uitgeboomde genua verder. Meer hebben we de rest van de tocht niet nodig, 10-20 knopen zuidenwind, een voorbeeldig laatste nachtelijke zeiltrip van 140 Mijl. Voordat we de rivier naar Valdivia op gaan, ankeren we een nachtje bij Isla Mancera alwaar oude ruïnes te vinden zijn van forten uit de jaren 1600. De kanonnen staan strategisch opgesteld, de complete ingang van de grote baai wordt hier overzien. Aangezien dit de beste natuurlijke haven is van de gehele Chileense kust (die van Noord tot Zuid 4200 km lang is en nergens breder dan 150 km), waren veel ontdekkingsreizigers geïnteresseerd in dit gebied. Ook Hollanders hebben geprobeerd hier voet aan wal te krijgen. De laatste mijlen motoren we stroomopwaarts Río Valdivia op om tenslotte bij Club de Yates Valdivia een mooi plekje te vinden in het binnen basin. Bij laag water liggen we met de kiel in de modder, het voelt prima om dadelijk onze Nightfly hier zonder haar bemanning achter te laten. De club is bijzonder aangenaam en gastvrij. Momenteel liggen er nog 4 jachten bemand, dus de ene asado volgt de andere op waarbij de wijn niet ontbreekt. Het centrum van Valdivia ligt op loopafstand, vlakbij is elke dinsdag een groente-en fruitmarkt van geweldige kwaliteit en laag geprijsd. De laatste klussen komen aan de beurt en ondertussen draait een geleende elektrische luchtontvochtiger al een aantal dagen achter elkaar om de nodige liters Patagonisch water uit de boot te zuigen. Hoe droger we haar achter kunnen laten, hoe beter. Alle zeilzakken liggen op zolder in de schuur van de club, waardoor onze achterhut zo goed als leeg is en goed kan ventileren. Nu nog uitzoeken wat we eindelijk toch maar weggooien en wat er mee terug moet naar Nederland.
Donderdag 20 mei 2010 De koffers staan gepakt en we zitten niet eens boven het toegestane gewicht (Thea, proficiat)
Puh, het doet ons lekker niks!
De ene dag is de haven gesloten omdat het potdicht zit van de mist, de andere
dag vanwege de loeiende wind die de hele dag vergezeld gaat van harde regen.
Voorlopig heeft Nightfly rust. Vóór eind augustus hoeft ze zich niet meer op te
tuigen. Het lijkt of de mooie dagen wat zeldzamer worden, maar het is tenslotte
ook herfst. Gelukkig hebben we tijdens ons bezoek aan Gaby & Wolfgang in
Villarrica een paar prachtige dagen. Ze hebben een groot stuk land met een
fantastisch uitzicht op het dal waarin het Villarrica meer ligt én natuurlijk de
indrukwekkende Villarrica vulkaan. Enthousiast haalt Wolfgang ons af op het
busstation. Even langs de supermarkt voor wat levensmiddelen en daarna door naar
hun huis. Bij Gaby staat een dampende pot soep op tafel te wachten en als toetje
koffie met een versgebakken appeltaart. Alles is met eigen handen zelf opgeknapt
en gebouwd, van metershoog onkruid tot een waar park waarop hun huis en een
gastenhuis staan. Die is werkelijk compleet ingericht zoals je het thuis hebt
(wij even niet meegerekend), naast de houtkachel vinden we zelfs een mand met
sloffen in allerlei maten. Vanuit ons bed kunnen we de hele nacht de vulkaan
zien gloeien, net of er iemand aan een sigaar staat te trekken. Sinds de
aardbeving in februari jl is deze vulkaan veel actiever geworden, waar de lokale
bevolking best zenuwachtig van wordt. Uit voorzorg heeft de overheid de vulkaan
sindsdien afgesloten voor beklimming. Wij bekijken het vanuit ons bed, vanaf de
luie bank of vanaf het zonnige terras. Het zonnetje is lekker warm en een klein
beetje kleur op ons witte lijf is wel gewenst, zo dadelijk stappen we in
Nederland regelrecht de zomer in. Als we na dit hartelijke bezoek terug komen op
de club, zijn de meeste boten vertrokken voor hun grote Pacific tocht. Het wordt
steeds stiller hier. Om geen onaangename verrassing te krijgen op het vliegveld,
vragen we of iemand van de marinero's thuis misschien een weegschaal heeft die
we een dagje kunnen lenen om onze tassen te wegen. Er wordt druk overlegd, over
twee dagen hebben ze er eentje. Komen ze met een gloednieuwe aanzetten die nog
compleet in het plastic zit met het prijskaartje erop. Met de achterliggende
gedachte dat ze dit ding vast weer terug gaan brengen naar de winkel, doen we er
heel voorzichtig mee. Het blijkt dat we binnen het toegestane gewicht blijven,
zelfs met een dikke rol zeekaarten erbij die al zo'n vijftien kilo weegt. Dat
doet ons deugt. Zodra we online kunnen inchecken, komen we een andere verrassing
tegen. We blijken onze voor- en achternaam niet goed te hebben ingevoerd bij de
boeking, we hebben ze omgedraaid. Hopen dat dit geen probleem wordt op de
luchthaven...........Eerst nog even twaalf uur in de bus om er te komen, daarna
dertien uur onderweg naar Madrid. Dan is het nog een kippeneindje naar Schiphol.
We komen eraan!!!!!
Zondag 22 augustus 2010 Drie maanden verder, tijd voor een ontwenningskuur......of is het gewenningskuur?
Een fluitje van een cent. Vlekkeloos komen we door de controle van de Chileense douane. Gelukkig maar, want één tas zit nokkie vol met nieuwe en gerepareerde apparatuur, afgeroomd met een laag van doosjes tampons als stootkussen. Zelfs de zakjes bami- en nasikruiden en alle nieuwe dropvoorraad leveren geen problemen op. Na zo'n 11.000 kilometer vliegen zonder enige vertraging, scheidt ons nog een 12 uur durende bustrip van ons drijvende huisje in Valdivia. Maar liefst 2,5 maand hebben onze harten zich kunnen laven aan alle liefde en aandacht van familie en vrienden in Nederland. Wat een rijk gevoel, we worden overal met open armen ontvangen en verwend met Hollandse lekkernijen. Dat vertaalt zich helaas weer in teveel kilo's rondom de middenzone, een soort van buffer voor slechtere tijden. De aanleiding voor deze reis naar NL is het huwelijk van dochter Sandra met Jaap. Het wordt een fantastisch mooi feest met een stralend bruidspaar. Een extra cadeau is onze kleinzoon Viggo, die begin dit jaar ter wereld is gekomen. We brengen veel tijd door met onze twee kleinkinderen, en eerlijk is eerlijk, het meest bijzondere is toch wanneer 2 jarige Tamar in het echt "Pake" en "Oma" naar ons roept en 's ochtends bij ons in bed voorgelezen wil worden. Dat voelt wezenlijk anders dan het contact via onze skype gesprekken. Behalve voor alle familie en vrienden kunnen we ook de tijd nemen voor het Oerol festival op Terschelling en de jaarlijke Nijmeegse vierdaagse. Wat het weer betreft vallen we met de neus in de smeltende boter, fantastisch zomerweer waarbij het ons niet heet genoeg is. We slurpen de vitamientjes op en langzaam aan krijgt ons witte velletje weer een beetje kleur. Bijzonder is ook de verjaardag van Mem waarbij ze 89 jaar wordt, ze viert het met een diner met al haar vijf kinderen en co om haar heen. Er lijkt geen einde te komen aan de elf weken, maar schijn bedriegt. Alles wat op ons "wat te doen en wat aan te schaffen" lijstje staat, kunnen we langzamerhand afvinken. Ons vliegticket is onverbiddelijk, 8 augustus staan we weer op Schiphol. Een flinke delegatie zwaait ons bij de douane uit, dag lieve allemaal. Tamar krijgt er geen genoeg van, telkens weer krijgen we lieve natte kusjes en knuffels, wat gaan we dat missen!!! Ik lig al een paar uur te dutten als de cabinelichten weer aanspringen. Met veel kabaal serveren de stewardessen midden in de nacht het diner, zij volgen gewoon hun werkschema, maakt niet uit of het echt etenstijd is. Voor mijn buurman aan de andere kant van het gangpad blijkbaar wel. Alles wordt direct verorberd, hij vindt tot zijn verrassing nog een pakje boter en lepelt ook dat vrolijk naar binnen, zeker de oorlog meegemaakt. Zodra het licht begint te worden, vliegen we boven de Andes op de grens van Bolivia/Chili. Ik krijg een kouwelijk gevoel bij het zien van al die besneeuwde bergpieken. De temperatuur ligt rond de nul graden op vliegveld Santiago, de bodem is compleet wit uitgeslagen van de vorst. Eigenlijk blijf ik het liefst in het vliegtuig zitten, maar ik heb geen keus. Vanachter het busraam valt direct weer op hoeveel mensen op de straat leven bij brandende vuurpotten, in golfplaten huizen, veel zichtbare armoede. In vergelijking ziet alles er in Nederland zo perfect uit, mooie huizen en schone mensen. Ik moet even slikken en denk bij mezelf, "had ik hier weer zin in?". Aangekomen in Valdivia nemen we de nachttaxi en tien minuten later opent de nachtportier voor ons de poort van onze jachtclub. Onze Nightfly heeft niets geleden, de boot is goed droog van binnen, hier en daar een schimmel vlekje, maar dat mag geen naam hebben. De visdraden die Warren voor vertrek op de masttop en over de zalingen heeft gespannen, hebben hun werk gedaan, geen vogelpoepje op het dek te vinden. De marinero's op de club vinden het leuk dat we weer terug zijn, we zijn de enige bewoners op dit moment. Aan het werk maar weer. Na een week van passen, meten, boren, lassen, schuren en verven, kunnen de bouten van de nieuwe stuurautomaat definitief aangedraaid worden. Hij werkt!! De zomerkleren kunnen voorlopig weer opgeborgen worden, 's nachts vriest het nog regelmatig en de kachel snort dagelijks zijn deuntje. Twee dagen lang stormt het, de striemende regen gutst langs de kajuitramen en de wind loopt op tot 50 knopen. Passend weer om 's avonds lekker "tv" te kijken. Met de nieuwe laptop hebben we zo'n snelle internet verbinding dat we moeiteloos naar het Acht Uur Journaal van de NOS kijken. We kunnen maar moeilijk afscheid nemen van NL. Op Schiphol ben ik ontzettend verrast door mijn familie met een prachtig verjaardagscadeau voor mijn aanstaande Sara, een E-book reader. Warren vult hem met honderden Nederlandse digitale leesboeken met prachtige titels. Ik hoef me niet meer in te houden met lezen, wat een heerlijk vooruitzicht. Ik kijk naar buiten en zie dat de zon is gaan schijnen, gelukkig, het gaat nog goed komen. Want dat is een zekerheid, de lente is hier in aantocht.